Als ik terugdenk aan ons leven in Nederland, vraag ik me soms af hoe we het allemaal in een week gepropt kregen. Werken, afspraken, boodschappen, sporten, sociale dingen. Nog even snel dit, tussendoor nog gauw dat. Onze agenda was meestal niet vol; hij was óvervol. En als er per ongeluk ergens een leeg uurtje ontstond, vonden we daar ook nog altijd een bestemming voor.

Een van de redenen waarom we naar Italië verhuisden, was dat we verlangden naar een ander ritme. Meer balans, meer rust, meer ruimte. Minder het gevoel dat iedere dag een soort wedstrijd tegen de klok was. Maar hoe doe je dat eigenlijk: vertragen? Voor mij begon het met iets ogenschijnlijk simpels: tijd reserveren. Voor een kop koffie of thee, ontbijt, lunch. Of gewoon ‘niks’. Even van mijn werkplek weggaan en aan tafel zitten. Of soms buiten de deur lunchen, ook al is het een doordeweekse werkdag. Dat voelde in het begin onwennig, bijna decadent. Want kan dat zomaar, midden op een werkdag een uur pauze nemen? Het antwoord blijkt verrassend eenvoudig: ja.

Ook de maandag ziet er inmiddels anders uit. Ik kende het zondagavondgevoel maar al te goed. Het weekend is bijna voorbij, in je hoofd loop je alvast de agenda van de komende week door en ergens begint op zondag de maandag zich langzaam op te dringen. Hier begint mijn maandag tegenwoordig met Pilates. En daarna, samen met een groot deel van het dorp, koffiedrinken bij een van de lokale barretjes. Even bijpraten. Hoe was het weekend? Waar heb je gewandeld? Zo begint de week gelijk een stuk vriendelijker.

Het dorp helpt trouwens ook een handje bij dat vertragen. We waren eraan gewend geraakt dat in Nederland bijna alles altijd beschikbaar is. Winkelen op zondag, boodschappen op vrijdagavond thuis laten bezorgen. Hier werkt dat anders. Op zaterdag om twaalf uur slaat de kerkklok en gaan de meeste winkels dicht. Niet voor een uurtje, nee, tot maandagochtend. De eerste keren vraagt dat enige aanpassing. Want natuurlijk bedenk je op zaterdagmiddag precies wat je bent vergeten. Maar het gekke is: daarna went het. Je zorgt dat je boodschappen in huis zijn. En zo niet, dan verzin je iets anders. Wat niet kan, kan niet.

Misschien is dat wel de grootste verandering. We proberen niet meer ieder leeg moment te vullen en iedere praktische hobbel onmiddellijk op te lossen. We eten als het tijd is om te eten. Drinken koffie als daar ruimte voor is. En als de winkels dicht zijn, zijn de winkels dicht. Natuurlijk zijn er nog steeds deadlines en to-do-lijstjes. En ook hier zijn er dagen waarop de lunch ineens toch wat korter uitvalt. Maar ons ritme is veranderd. Het wordt minder bepaald door wat er allemaal nog móét en wat vaker door het weer, het dorp en de mensen om ons heen.

En misschien is vertragen uiteindelijk niet eens ‘minder doen’. Maar vooral meer tijd nemen voor wat je toch al deed 🙂