Wie vertelt dat hij – in ons geval naar Italië – emigreert, kan rekenen op vragen. Heel veel vragen! En hoewel iedereen ze afzonderlijk van elkaar stelde, bleken ze opvallend vaak hetzelfde. Zo ontstond tijdens alle voorbereidingen langzaam een nieuw fenomeen: de emigratie-bingo.
Met op nummer 1, met werkelijk straatlengte voorsprong:
‘Beginnen jullie daar een B&B?’
Nee. Geen B&B, geen agriturismo en ook geen idyllisch pensionnetje waar we iedere ochtend om zeven uur versgebakken broodjes klaarzetten voor onze gasten. Sterker nog: een van de redenen om te verhuizen was juist dat we op zoek waren naar een betere balans tussen werk en vrije tijd. Een B&B leek ons daarvoor niet direct de meest logische stap 😉
Op nummer 2:
‘Maar… hoe gaan jullie dat dan doen met werk?’
Een heel begrijpelijke vraag. Want natuurlijk is werk belangrijk. Het zorgt voor inkomen, maar gelukkig ook voor uitdaging, plezier en voldoening. Alleen kwamen we er de afgelopen jaren steeds meer achter dat we ons leven niet volledig meer om ons werk wilden organiseren. Waarom wachten met wonen op een plek waar je graag wilt zijn, als je je werk ook anders kunt organiseren? Oftewel: werken is belangrijk. Maar je kunt ook werken om te leven. En nee, ik ben dus niet gestopt met werken. Mijn laptop is gewoon meeverhuisd. Net als mijn klanten, alleen wel digitaal 😉
Op nummer 3:
‘Spreken jullie al Italiaans?’
Nou… un po’. Maar dat is hier minder problematisch dan veel mensen denken. In Zuid-Tirol is ruim zestig procent van de bevolking Duitstalig. De eerste taal die dringend aan een opfrisbeurt toe was, was dus niet ons Italiaans, maar ons Duits. En hoewel zes jaar Duits op de middelbare school ergens diep in mijn hoofd nog verrassend veel sporen heeft achtergelaten, is er een behoorlijk verschil tussen ‘Ich möchte einen Tee bestellen’ en een gesprek met een Italiaanse belastingambtenaar in het Duits. We oefenen dus vrolijk verder. Eerst Duits, daarna Italiaans. Of waarschijnlijk gewoon allebei een beetje door elkaar.
En dan, de klassieker:
‘Maar hoe zit het met jullie pensioen en AOW?’
Ook daar hebben we natuurlijk over nagedacht. Uitvoerig zelfs. We hebben gerekend, scenario’s bekeken en keuzes gemaakt. Maar uiteindelijk kun je niet alles in het leven uitrekenen. We hebben in onze omgeving te vaak gezien dat ‘later’ iets is waarvan je helemaal niet zeker weet óf, wanneer en hoe het komt. Dat heeft onze blik op de toekomst veranderd. Natuurlijk willen we ook later goed kunnen leven. Maar niet ten koste van nu.
Tien jaar lang zeiden we dat Italië iets voor later was. Tot we ons realiseerden dat ‘later’ vooral een heel goede reden was om het steeds uit te stellen. Nu zijn we vooral heel blij dat we niet meer wachten tot later.